Wat is een chip?

De chip (of transponder) is een klein buisje van ongeveer 14 millimeter groot. In het buisje zit een klein stukje micro-elektronica bestaande uit een spoel en een microchip, die het unieke registratienummer bevat. De chip wordt met een naald onder de huid tussen de schouderbladen van het dier of aan de linkerzijde van de hals aangebracht. Je ziet hem daarna niet meer zitten.


Een chip naast een luciferkop (foto: Virbac)

 

Wanneer een afleesapparaat (chipreader) in de buurt van de chip gehouden wordt, gaat in de spoel een kleine inductiestroom lopen waardoor de chip een signaal uitzendt. Het afleesapparaat vangt dit op en kan het nummer aflezen. Zonder afleesapparaat doet de chip niks: er zit geen batterij of andere energiebron in.


Het aflezen van het chipnummer (foto: Virbac)

Het chipnummer

Elke chip bevat een chipnummer. Voor identificatiechips voor dieren bestaan de ISO standaarden 11784 en 11785. Chips die hieraan voldoen hebben een uniek nummer van 15 cijfers en beginnen met een landencode of fabrikantcode. De landencode van Nederland is 528. Honden die geboren worden in Nederland moeten verplicht met een transponder met deze landencode gechipt worden. Een overzicht van landencodes vindt u hier.

Fabrikantcodes beginnen met een 9. Voor honden mogen die in Nederland niet gebruikt worden. Zij moeten verplicht een chip krijgen die begint met 528. Chipnummers die beginnen met 999 zijn testnummers en niet gegarandeerd uniek, deze zijn niet bedoeld om bij gezelschapsdieren te worden gebruikt.

Lees verder over hoe chippen in zijn werk gaat