De meeste vijvervissen kunnen in een vijver met voldoende planten en een diepte van minstens 80 cm overwinteren. Bij minder diepe vijvers kan de vijver tot op de bodem dichtvriezen. Bij goudvissen moet u extra opletten. Volwassen exemplaren kunnen in voldoende diepe tuinvijvers de winter doorbrengen mits de watertemperatuur niet daalt beneden 6 graden Celsius. Jonge goudvissen hebben nog te weinig vetreserves en moeten binnenshuis overwinteren bij een temperatuur van ongeveer 20 graden Celsius en moeten wel gevoerd worden. Vissoorten die uit de goudvis zijn gekweekt, zoals sluierstaarten, telescoopogen en leeuwenkoppen, moeten tijdens de winter ook naar binnen.
Vanaf half april kunnen goudvissen weer de vijver in. Zorg voor voldoende waterplanten in de vijver die ook in de winter groen blijven, zoals penningkruid, klein sterrenkroos en bronmos. Deze bieden niet alleen een beschutte rustplaats, maar produceren ook zuurstof. Als de vijver deels bevroren is en er sneeuw op het ijs ligt, moet dit verwijderd worden. De vijverplanten hebben namelijk daglicht nodig om zuurstof te produceren. Verwijder bij de herfstschoonmaak alle afgevallen boombladeren. Bladafval kan namelijk zorgen voor verzuring van het water. De meeste inheemse vissoorten liggen in de winter met de buik op de bodem tussen planten, stenen en wortels. Bij een watertemperatuur lager dan 5 graden Celsius nemen ze helemaal geen voedsel meer op en daalt hun hartslag tot slechts enkele slagen per minuut. In het algemeen moet u bij een watertemperatuur lager dan 12 graden Celsius (vanaf ongeveer september) geen voer meer geven, omdat dan de spijsvertering zo traag is dat het voer indikt (‘versteent’) en de vis het niet overleeft. In april of mei wanneer de watertemperatuur weer gestegen is tot 12 graden Celsius of meer, kan weer gestart worden met voeren.
|